Seizoen 2020 beëindigd

De zomervakantie is voorbij en de straten van Tarifa zijn al sinds begin september leeggeveegd. Ook wij hebben daarom de activiteiten voor dit jaar stopgezet.

Ondanks het korte seizoen hadden we veel bijzondere waarnemingen. We hopen dat de situatie tegen het volgende seizoen normaliseert en kunnen nauwelijks wachten om vanaf 26 maart 2021 weer met u naar de walvissen uit te varen.

Tot binnenkort in Tarifa, Katharina Heyer en het firmm-team

Zichtbare verwondingen en ziekten

Welke invloed hebben scheepvaart, visserij, zowel als lawaai en vervuiling op de gezondheid van de zeezoogdieren in de Straat van Gibraltar? Met behulp van foto’s onderzochten we mogelijke redenen, die we ook aan de IWC voorlegden.

Inleiding

Foto-identificatie speelt in het werk van firmm een belangrijke rol. We documenteren daarbij ook opvallendheden, die op verwondingen of ziektes van de dieren wijzen. Precies deze foto’s verwerkte onze zeebioloog Jörn Selling voor de periode 2001 tot 2015: van meer dan 13.000 uur op zee en bijna 100.000 zeemijl waren meer dan 35.000 foto’s samengekomen. Op 788 van deze foto’s konden we bij 494 dieren 502 opmerkelijkheden vinden.

Mogelijke redenen voor deze opvallendheden gaven we aan in het werk „Epidermal conditions, lesions and malformations in cetaceans of the Strait of Gibraltar“, dat in 2016 tijdens het IWC-congres werd voorgesteld.

Voor de samenwerking in het kader van dit werk danken we:

  • Dr. Helena Herr, Universiteit Hamburg, Centrum voor Natuurstudie (CeNak)
  • Prof. dr. Patricia Holm, Universiteit Bazel, Departement Milieuwetenschappen
  • Prof. dr. Ursula Siebert, Faculteit Diergeneeskunde Universiteit Hannover, Instituut voor Terrestrisch en Aquatisch Onderzoek met Wilde Dieren

Volgens de resultaten van ons onderzoek zijn veel afwijkingen rechtstreeks of onrechtstreeks te wijten aan de mensen. Een betere regulering van activiteiten in de Straat van Gibraltar achten we daarom dringend nodig.

Vermagering

Grote tuimelaar met kalf (beide vermagerd)
Grote tuimelaar met kalf (beide vermagerd)

33 grote tuimelaars en een orka waren buitengewoon mager, met duidelijk zichtbare ribben. Vermagering is een teken van ondervoeding en meestal het resultaat van voedseltekort, ziekteverwekkers, ziekten of verwondingen.

Misvormingen

We observeerden twee gestreepte dolfijnen en een orka met een hangende vin. Twee grote tuimelaars vertoonden zwellingen: een in het genitale gebied, een ander aan de onderkant van de vin. De laatste is vermoedelijk aan een blessure te wijten, omdat ook de wervelkolom is verkromd.

Verwondingen

De meest voorkomende opmerkelijkheden waren verwondingen; we stelden ze vast in 245 gevallen. Sommige zijn aan natuurlijke oorzaken te wijten; andere zijn door mensen veroorzaakt.

Tot de natuurlijke oorzaken worden verwondingen door andere dieren gerekend. Zo vinden we bij potvissen bijvoorbeeld sporen van de zuignappen van inktvissen.

Littekens op de huid van een vinvis wijzen op sporen van lampreien. Deze palingachtige parasitair levende dieren zuigen zich vast aan vissen en walvissen en voeden zich met hun bloed. Daarbij glijden ze vaak over het lichaam van de gastheer op zoek naar een betere positie, wat de langwerpige littekens verklaart.

Vaak kan de oorzaak echter niet met zekerheid worden vastgesteld. Sommige littekens duiden mogelijk op gevechten met andere roofdieren, maar zouden ook door mensen kunnen zijn veroorzaakt.

Scheepvaart en visserij vormen de grootste verwondingsgevaren voor walvissen en dolfijnen.

Grindwalvis met snijwond door vislijn
Grindwalvis met snijwond door vislijn

Onder de door de mens veroorzaakte uitwendige letsels vormen scheepvaart en visserij de grootste bedreigingen voor de zeezoogdieren. In de druk bevaren Straat van Gibraltar zijn botsingen met schepen geen zeldzaamheid. De gevolgen zijn vaak erge verwondingen aan de rug of schedel, zoals we bij potvissen hebben geconstateerd.

Voor sneden, vooral aan de onderkant van de rugvin, lijken vislijnen van sportvissers verantwoordelijk te zijn. Soms worden daarbij delen van de vinnen, soms zelfs hele vinnen afgescheurd. Andere verwondingen wijzen op visnetten of haken. Uit sommige doodvondsten kunnen we door restanten van netten bijvangst afleiden – afgesneden vinnen en aan de staartvin bevestigde stenen duiden op opzettelijk verminken of onderdompelen van de dieren door vissers.

Ook het markeren van walvissen en het uitrusten met zenders voor wetenschappelijke doeleinden kan schade berokkenen, wat met de watervervuiling in de Straat van Gibraltar niet verwonderlijk is.

Gevolgen van verwondingen met als voorbeeld Curro

In sommige gevallen konden we de nasleep van de kwetsuren jarenlang volgen en documenteren. Een voorbeeld is het lot van een welbekende grindwalvis, Curro genaamd.

In juli 2008 raakte Curro zwaargewond aan de rug vóór de vin door een scheepsschroef of door hengeluitrusting. In mei 2009 was de wond verslechterd; ze vertoonde afstervend weefsel, dat wellicht met ziektekiemen werd geïnfecteerd.

Onze ontmoeting met Curro in september 2010 deed ons hopen, omdat de wond leek te genezen. Maar in juli 2011 begon de rugvin af te breken. In augustus van datzelfde jaar rotte ontstoken vlees meer en meer weg. Bij de waarneming in maart 2013 leek de verwonding weer te genezen, hoewel ruw, geelachtig weefsel te zien was. Maar dit was onze laatste ontmoeting met Curro.

Huidafwijkingen

Grote tuimelaar met tumors
Grote tuimelaar met tumors

Op de huid van sommige zeezoogdieren konden we ectoparasieten vinden, waaronder copepoden en zeepokken. De laatste kwamen het vaakst voor en zijn vermoedelijk een aanwijzing voor een verzwakt immuunsysteem; een toenemende aantasting werd onder andere waargenomen in 1990 bij de eerste besmetting met het morbillivirus in de Middellandse Zee. Ook de kankerverwekkende industriële chemicalie PCB, waaraan de zeezoogdieren in dit gebied sterk zijn blootgesteld, wordt met een verzwakking van het immuunsysteem geassocieerd.

Tumors

Gezwellen stelden we vast bij grote tuimelaars en orka’s; meestal waren de kaken en omliggende huidgebieden getroffen. Verwekkers zouden virussen of chemicaliën kunnen zijn.

Een verwonding, waarop de krassen onder het blaasgat duiden, zou ook bij een jonge grote tuimelaar verantwoordelijk kunnen zijn.

Opvallende verkleuring

Een opvallende pigmentatie is niet noodzakelijk gerelateerd aan een ziekte, maar kan gewoon tot de individuele fysionomie van een dier behoren.

De pigmentpatronen op onze foto’s wijzen echter ook op helende huidziekten of virale ziekten. Het is bijvoorbeeld bekend dat het morbillivirus de kleur van de blubber verandert en soms ook oedemen in de onderhuid veroorzaakt, wat resulteert in donkere vlekken. Lichte vlekjes bij grote tuimelaars daarentegen worden vaak geassocieerd met herpesvirussen. Maar alleen met foto’s kunnen de oorzaken niet duidelijk worden aangetoond.

Door de mens veroorzaakte verstoringen werken ziekelijke huidveranderingen in de hand.

De oorzaak van door virussen, bacteriën en schimmels veroorzaakte huidziektes zijn vaak veranderde milieuomstandigheden en door de mens veroorzaakte verstoringen. Aanhoudende belasting met afvalstoffen heeft bijvoorbeeld een negatieve invloed op de zeezoogdieren. In de blubber van grote tuimelaars in de westelijke Middellandse Zee en noordoostelijke Atlantische Oceaan ontdekte men een hoge concentratie aan organochloorverbindingen, die o.a. in herbiciden te vinden zijn.

Conclusie

Sportvissers benaderen de dieren.
Sportvissers benaderen de dieren vaak onvoorzichtig.

Sportvisserij, commerciële visvangst en scheepvaart lijken voor het merendeel van de verwondingen bij de zeezoogdieren verantwoordelijk te zijn. Daarbij komen gebrek aan voedsel, lawaai en vervuiling, die door verzwakking van het immuunsysteem onrechtstreeks tot zichtbare veranderingen kunnen leiden.

De sportvisserij moet beter worden gereguleerd.

Waar kan men beginnen? Het aantal boten en visserijactiviteiten in de Straat blijft toenemen; er zijn toch nauwelijks voorschriften. Sportvissen werd weliswaar beperkt tot een bepaalde periode, maar illegale activiteiten zijn geen zeldzaamheid. Maatregelen ter bescherming van de zeezoogdieren gelden bovendien alleen in Spaanse wateren. Ze zijn wel voor alle boten bindend, maar in het beste geval houden alleen de walvisobservatieboten zich daaraan. Sportvissers benaderen de dieren onvoorzichtig, vooral omdat ze de volksovertuiging zijn toegedaan dat er grotere hoeveelheden vis in de buurt zijn. Hier zouden dringend verscherpte reguleringen moeten zijn.