Onderzoeksrapport Potvissen (Physeter macrocephalus)

Potvissen (Physeter macrocephalus) kunnen het hele seizoen door in de Straat van Gibraltar voorkomen, maar zijn in het voorjaar en de herfst iets vaker aan te treffen dan in midzomer. Dit hangt waarschijnlijk samen met het voedselaanbod.

Positie potvissen 1999–2015
Positie potvissen 1999–2015

De meeste potvissen spotten we aan het begin van het seizoen ongeveer tot juni; de tweede helft van de zomer blijven ze volgens onze waarnemingen vooral in de Middellandse Zee.

In totaal zijn er goede en slechte potvisjaren, waarvoor schommelingen in het voorkomen van grote inktvissen verantwoordelijk zouden kunnen zijn. 2001, 2007 en 2014 waren de beste potvisjaren. Bij vergelijking van „goede” en „slechte” jaren valt op dat de potvissen in slechte jaren de Straat van Gibraltar vroeger in het zomerseizoen verlaten en ze pas later weer opzoeken.

We hebben ook onderzoek verricht naar de vraag of weinig wind gepaard gaat met een hoge opkomst van potvissen (en vermoedelijk reuzeninktvissen) in de Straat van Gibraltar. Onze gegevens laten zien dat tot 2014 de windkracht minder invloed leek te hebben op de aanwezigheid van potvissen dan de windrichting: jaren met westenwind trekken meer potvissen aan. (Er was in 2015 echter nauwelijks oostenwind; toch konden we slechts weinig potvissen waarnemen. 2016 was relatief windarm, maar met een paar periodes met sterke wind uit het oosten; desalniettemin waren de potvissen heel vaak aanwezig.)

Als we het aantal potvissen per waarneming als maatstaf voor de groepsgrootte gebruiken, lijken ze dichter „bij elkaar te komen”, als ze in kleiner aantal aanwezig zijn. Misschien moeten ze zich meer verspreiden, als ze met velen zijn, om de beperkte voedselbronnen te verdelen.

Mijlpalen in onze jaarverslagen

2006

  • veel potvissen, ook op vrij atypische plaatsen
  • lente: maximaal drie dieren in de Baai van Gibraltar
  • begin oktober: zeldzame waarneming van 4 potvissen (lagen in de buurt van Tarifa met 13 grindwalvissen op het wateroppervlak)

2007

  • veel potvissen, ook op atypische plaatsen in het noordelijke deel van de Straat van Gibraltar
  • augustus: potvis in de Baai van Gibraltar
  • paring waargenomen (8 juli)
  • lijken in dit gebied steeds langer te blijven (geen grote tijdelijke lacunes bij de potviswaarnemingen tussen april en eind oktober)

Alles lijkt erop te wijzen dat de potvissen de Straat van Gibraltar in de toekomst ook het hele jaar door zouden kunnen bewonen en niet alleen, zoals tot nog toe werd verondersteld, tussen maart en augustus het gebied als voedselgrond gebruiken. Deze observaties zijn uiterst belangrijk met het oog op de regulering van het scheepvaartverkeer en maken de regio biologisch nog waardevoller dan ze al is.

2008

  • vrijwel gedurende het hele seizoen potviswaarnemingen (ook in midzomer)
  • hoogtepunt – 1 september: 9 potvissen tijdens één trip waargenomen (doken tijdens opeenvolgende tochten steeds verder naar het westen op, wat op een „verlaten” van de Middellandse Zee volgens het seizoen wijst)

2009

  • slechts 27 waarnemingen
  • vaakst voorkomende waarnemingen in april, mei en juli
  • dit seizoen namen de potvissen slechts 2 percent van de waarnemingen voor hun rekening (in goede jaren 9–16 percent)

2010

  • slechts 17 waarnemingen
  • vaakst voorkomende waarnemingen in april, mei en juni
  • dit seizoen slechts 1 percent van alle waarnemingen potvissen (slechtste potvisjaar sinds het begin van de registraties door firmm)

2011

  • potvissen verder bijna verdwenen
  • slechts 15 dieren, verdeeld over 9 ontmoetingen
  • waarnemingen in juni, augustus, september en oktober
  • dit seizoen minder dan 1 percent van alle waarnemingen potvissen (voor de tweede keer slechtste potvisjaar sinds het begin van de registraties door firmm)

2012

  • uni en juli: 5 potvissen in de Straat van Gibraltar; minstens twee daarvan jonge dieren, die vaker hebben gesprongen
  • resterende maanden zelden potviswaarnemingen
  • in totaal 130 waarnemingen (duidelijke verbetering in vergelijking met de voorbije twee jaar, maar kan zich niet meten met het seizoen 2008)

Samen met de haven „Tanger Med” en het daardoor veroorzaakte lawaai lijken schommelingen in het voorkomen van grote inktvissen te zorgen voor potvisjaren met kwaliteitsverschillen in de Straat van Gibraltar.

2013

  • april en mei: maximaal vier potvissen in de Straat van Gibraltar
  • resterende maanden slechts sporadische potviswaarnemingen
  • in totaal 73 waarnemingen

Slecht nieuws over een gestrande potvis met plastic afval in de maag (zie Spiegel Online) geeft een idee van de moeilijkheden die ze ondervinden om te overleven in de Middellandse Zee.

2014

  • goed seizoen voor potviswaarnemingen
  • verbleven van april tot november in de Straat van Gibraltar
  • juni en juli: vaakst voorkomende waarnemingen (4 potvissen per trip geen zeldzaamheid)
  • 1 juni: 9 potvissen tijdens één tocht, waaronder een kalf
  • 7 juni: eveneens een kalf waargenomen
  • in totaal 342 waarnemingen

2014 was een uitzonderlijk potvisjaar, ook vanwege de vele tochten, die door de afwezigheid van wind mogelijk waren. Gaat weinig wind gepaard met een hoge opkomst van reuzeninktvissen in de Straat van Gibraltar?

2015

  • vrij slecht seizoen voor potvissen
  • vertoefden van april tot midden september in de Straat van Gibraltar
  • vaakst voorkomende waarnemingen: mei en juni (meestal afzonderlijke dieren; 3–5 potvissen per tocht waren echter een zeldzaamheid)
  • geen kalveren gespot
  • in totaal 110 waarnemingen

2016

  • vrij goed seizoen voor potvissen
  • waren van eind maart tot begin november in de Straat van Gibraltar
  • vaakst voorkomende waarnemingen: april en mei (in totaal een maand eerder dan in 2015)
  • meestal afzonderlijke dieren, maar ook groepen van 3–9 dieren
  • 23 en 24 april: één groep met negen en één met zeven dieren
  • kalveren gespot
  • in totaal 280 waarnemingen

2017

  • vrij goed seizoen voor potvissen
  • bevonden zich van begin april tot eind september in de Straat van Gibraltar
  • in totaal 197 waarnemingen
  • april, mei en juni: vaakst voorkomende waarnemingen (bevestigt onze bevinding dat ze in de tweede helft van de zomer overwegend in de Middellandse Zee blijven)
  • meestal afzonderlijke dieren (groepen van 2–3 dieren alleen op 13 boottochten gezien)
  • 25 en 26 september (de twee laatste observatiedagen): school van meer dan 10 dieren (hoewel potviswaarnemingen in dit seizoen zeldzamer zijn)
  • geen kalveren gespot

2018

  • middelmatig seizoen voor potvissen
  • van het begin tot het einde van het seizoen in de Straat van Gibraltar aanwezig
  • in totaal 128 waarnemingen
  • vaakst voorkomende waarnemingen: mei en juni
  • meestal individuele dieren (groepen van 2-3 dieren alleen gespot tijdens 13 boottochten)
  • 9 waarnemingen van groepen met 2-4 dieren, waaronder één moeder-kalf paar (22 oktober)

De volledige jaarverslagen van de stichting firmm vindt u op firmm-education.