Onderzoeksrapport Grindwalvissen (Globicephala melas)

In de Straat van Gibraltar komt de grindwalvis (Globicephala melas) voor. De dieren hebben hier met veel ongemakken te kampen; het bestand is sinds het begin van onze registraties van 1999 tot vandaag tot de helft gereduceerd. Naast de morbillivirusepidemie in 2007 betekenen ook de in 2008 voltooide haven Tanger Med 2007 en het seizoensgebonden voorkomen van de orka’s een enorme stress voor de grienden.

Gemiddelde groepsgrootte grindwalvissen 1999-2017
Gemiddelde groepsgrootte grindwalvissen

Tot 2007 waren er zes havens, die het territorium van de walvissen en dolfijnen in de Straat van Gibraltar onmiddellijk omgaven. De schepen in het gebied van de grindwalvissen voeren tegenovergesteld, maar parallel aan hun zwemrichting. De grienden konden oostwaarts tot Ceuta uitwijken voor de orka’s, vooral met hun kalveren. Sinds 2007 zijn er tien havens in de directe omgeving van de walvissen en dolfijnen. De schepen in het oostelijk gebied van de grindwalvissen varen nu ook dwars op hun zwemrichting. De grienden kunnen naar het oosten alleen nog tot Punta Cires voor de orka’s uitwijken, zonder in het drukke ferryverkeer tussen Tanger Med en Algeciras te belanden.

Naar het westen toe worden de jachtgebieden van de grindwalvissen begrensd door de onderwater gelegen bergketen „Camarinal“. De orka’s zorgen misschien voor een extra grens in het westen, die ongeveer gelijkloopt met die van Camarinal, waar de tonijnvissers werken. De maandelijkse waarnemingspercentages van de grienden en orka’s van 1999-2008 tonen een temporele samenhang tussen de aankomst van de orka’s bij de vissers en het verdwijnen van de kalveren: toen de eerste orka’s in juni opdaagden, daalde het observatiepercentage van de grindwalviskalveren sterk. In augustus, ten tijde van de meeste orkawaarnemingen, kwamen we grotere groepen grienden tegen. Een beschermingsmechanisme? In alle geval is de relatie tussen grindwalvissen en orka’s niet harmonisch, maar eerder gestresseerd.

Opvallend is het jaar 2008, toen we vaak volwassen grindwalvissen, die op de orka’s leken te letten, in het westen van hun verspreidingsgebied vonden. Tijdens het seizoen constateerden we ook herhaaldelijk hoe deze dieren de orka’s zelfs verdreven.

Mijden de grindwalvissen de haven van Tanger Med? Wijken ze naar het westen uit?

Positie grindwalvissen
Positie grindwalvissen 1999–2015

2012 en 2013 waren de jaren waarin we de grienden het westelijkst vonden. In 2013 werden de verschillende groepen dichter bij elkaar gespot. Anders dan in 2008 bevonden boven het gemiddelde liggende grote groepen met pasgeborenen zich dit jaar doorgaans ook westelijker dan alle andere groepen. Dit is opmerkelijk en zou te maken kunnen hebben met de haven van Tanger Med. Onze gegevens tonen althans een mogelijk verband tussen de haven van Tanger Med en het bewegingspatroon van boven het gemiddelde liggende grote groepen grienden met pasgeborenen. Deze groepen zwemmen waarschijnlijk langzamer tegen de stroming in en werden daarom gedurende al die jaren verder oostelijk waargenomen. Als ze hun gedrag hebben veranderd vanwege de nabijheid van de haven van Tanger Med, moet deze haven het ergste kwaad zijn; ze helpen hun pasgeborenen liever door de stroming naar het westen en nemen de orka’s erbij.

Samen met de morbillivirusepidemie van 2007 en het feit dat nog slechts de helft van de grindwalvissen van 1999 zijn overgebleven, voorspellen we geen rooskleurige tijden voor hen.

Mijlpalen in onze jaarverslagen

2007

  • grootste losse groep: 200 dieren (wijst op verdere toename van de populaties in de Straat van Gibraltar)
  • het uitbreken van het morbillivirus (gevolgen pas in 2008 zichtbaar)

2008

  • grootste losse groep: 100 dieren
  • daling in de populatiesterkte veroorzaakt door een morbillivirusepidemie

2009

  • grootste losse groep: 51 dieren
  • in juni tot 12 kalveren per groep grienden
  • verlies van soortgenoten door de morbillivirusepidemie wordt blijkbaar door hogere geboortecijfers gecompenseerd

2010

  • grootste losse groep: 70 dieren
  • meeste grindwalviskalveren in juli en augustus
  • vooral in augustus 10–18 kalveren per groep

2011

  • grootste losse groep: 80 dieren op 26 mei
  • meeste grindwalviskalveren in juli en augustus
  • in augustus tot 15 kalveren per groep

2012

  • grootste losse groep: 60 dieren op 7 mei
  • meeste grindwalviskalveren van april tot augustus
  • grootste groepen kalveren in augustus samen met maximaal 20 volwassenen

2013

  • grootste losse groep: 90 dieren op 25 april
  • andere grotere groepen ook in de lente (april, mei, juni), maar minder dan 40 dieren (daarna aanhoudende afname, virusepidemie vermoedelijk nog niet doorgemaakt)
  • meeste grindwalviskalveren: april tot juni
  • grootste groep kalveren (10 dieren) in april, als onderdeel van de eerder vermelde grootste groep van 90 dieren
  • In de toenmalige trend zullen de grienden volgens een persmededeling van een onderzoeksgroep in 2035 uit de Straat van Gibraltar zijn verdwenen.

2014

  • grootste losse groep: 50 dieren op 7 juni
  • andere grotere groepen (meer dan 30 dieren) ook in juni
  • gemiddelde groepsgrootte: 10 dieren
  • de meeste grindwalviskalveren van april tot augustus
  • ook in september nog pasgeborenen
  • grootste groep kalveren (12 dieren) in april in gezelschap van slechts 5 volwassenen

2015

  • grootste losse groep: 60 dieren op 30 april
  • in mei en augustus telkens 2 grotere groepen met 55 resp. 35 dieren
  • gemiddelde groepsgrootte: 7 dieren
  • grindwalviskalveren (ook pasgeborenen) het hele seizoen door
  • grootste groep kalveren (10 dieren) in april in gezelschap van 80 volwassenen van de aan het begin vermelde grote groep grindwalvissen

2016

  • grootste losse groep: 200 dieren op 30 juli (heel zeldzame grootte) in mei, juni en augustus telkens een grotere groep van 50–70 dieren
  • gemiddelde groepsgrootte: 7,7 dieren (iets hoger dan in 2015, slechts gering herstel)
    gemiddelde groepsgrootte voor 30 juli: 8,3 dieren
    gemiddelde groepsgrootte na 30 juli: 6,2 dieren
    gemiddelde groepsgrootte in mei: 9,3 dieren
  • De grotere groepen tot juli zouden kunnen samenhangen met de geboorten en eerste levensweken van de kalveren.
  • grindwalviskalveren: het hele seizoen door, in mei en juni werden de meeste kalveren gespot
  • grootste groep kalveren (20 dieren) in mei (een maand later dan in de laatste twee jaar), in gezelschap van 60 volwassenen
  • pasgeborenen: van maart tot juni (uitzondering: een pasgeborene in augustus)
  • wetsontwerp voor de bescherming van de orka’s door het Ministerio de Agricultura, Alimentación y Medio Ambiente

2017

  • grootste losse groep: twee groepen van telkens ongeveer 50 dieren (25 september)
  • midden mei tot begin juni – enkele groepen van 20–30 dieren
  • gemiddelde groepsgrootte: 6,1 dieren
  • grindwalviskalveren: het hele seizoen door
  • geen grotere groepen kalveren; max. 3-4 kalveren per groep in gezelschap van 5–30 volwassenen
  • pasgeborenen van mei tot oktober gespot, de meeste in juni en juli

2018

  • grootste aantal grienden: 81 dieren, waarvan 10 kalveren en één pasgeborene (27 maart)
  • andere grote groepen:
    50 dieren (22 mei) en 63 dieren (28 mei)
    van eind maart tot eind juni: 6 groepen van 30–46 dieren
    → alle grotere groepen kwamen in de eerste helft van het seizoen voor
  • gemiddelde groepsgrootte: 6,01 dieren
  • grindwalviskalveren: het hele seizoen door
  • grotere groepen met 8–13 kalveren van maart tot mei
  • grootste groep met 10 kalveren en 3 pasgeborenen op 28 mei, in gezelschap van 63 volwassenen
  • pasgeborenen werden van maart tot september gespot, de meeste tussen maart en augustus

De grotere groepen grindwalvissen in de eerste helft van het seizoen zouden gewoon met de geboorten en eerste levensweken van de kalveren kunnen samenhangen. Aan de andere kant hebben berekeningen van de groepsgrootte tot 2008 tot resultaat gehad dat ze in augustus hun hoogtepunt bereikten, toen de zwaardwalvissen zich in de Straat van Gibraltar hadden gevestigd.

Misschien hebben zowel de geboorte van de kalveren in het begin van de zomer als de aanwezigheid van potentiële gevaren, zoals zwaardwalvissen op het einde van de zomer, een invloed op de groepsgrootte; daarom kwam het in een paar jaar tot twee „pieken”. Dit seizoen waren de zwaardwalvissen echter nauwelijks in het verspreidingsgebied te zien; bijgevolg bestond er geen noodzaak om zich in grotere groepen te beschermen.

De volledige jaarverslagen van de stichting firmm vindt u op firmm-education.