Wat zal de natuur ons vandaag laten zien?

door Sonja Van Den Bossche

Tekst: Fabjola Biraci (Vrijwilligster bij firmm); Foto's: firmm

De dag begint koud en grijs. De Straat van Gibraltar ligt onder een dik wolkendek enkele uren voordat onze tweede boot om 13 uur de haven verlaat. Langzaam breekt de zon door de wolken.

Wat zal de natuur ons vandaag laten zien? Het is een vraag die we ons elke dag stellen.

Veel van onze gasten komen met verwachtingen aan boord. Sommigen hopen tijdens de tocht alle zeezoogdieren van de Straat van Gibraltar te zien. Een hoop die we allemaal wel kennen: de wens om geschenken te krijgen. De wens dat de natuur zich laat zien. Dat ze ons een blik op haar wereld gunt.

Voor ons is elke trip een geschenk. We zijn dankbaar voor de kans om hoe dan ook buiten te mogen zijn. Aanwezig. Nieuwsgierig. Open voor wat komt. En bereid om ook te aanvaarden wat niet komt.

We varen stipt af. De eerste dertig minuten verlopen rustig. De zee draagt ons tussen twee continenten. Europa aan de ene kant, Afrika aan de andere. En wij daartussen - op één van de belangrijkste zeecorridors ter wereld.

Dan laten de eerste dieren zich zien: grindwalvissen. Zeer intelligente sociale wezens, die in nauwe familiegroepen leven. Kort daarna verschijnen er dolfijnen. Dan weer grienden.

Eerst op negen uur. Dan op elf uur. Weer op twee uur. De aandacht aan boord begint af te dwalen. Mensen wisselen van kant. Kinderen wijzen enthousiast naar het wateroppervlak. Pluche dolfijnen worden omhoog gehouden. Camera's worden aangezet. Daarna wordt het weer rustig. Bijna te rustig.

En plotseling versnelt de boot. Gesprekken verstommen. Hoofden draaien zich tegelijkertijd in dezelfde richting. De spanning stijgt.

Rechts van de boot laten zich twee potvissen aan ons zien. Ze ademen rustig. Gelijkmatig. Geconcentreerd. Hun blaaswolk - schuin naar links voor, in een hoek van ongeveer 45 graden - is onmiskenbaar. Deze schuine ademhaling verraadt al van ver: dit is een potvis. De grootste tandwalvis ter wereld. Een dier dat tot meer dan 3.000 m diep kan duiken. Uitgerust met één van de grootste hersenen van alle levende wezens.

Maar van dit alles zien we aanvankelijk maar één ding:

Twee reusachtige lichamen aan de oppervlakte. Uitademen. Inademen. Meermaals, totdat er dan iets verandert. De eerste potvis maakt zich klaar. Langzaam heft hij de staartvin uit het water. Dit moment duurt slechts enkele seconden. Soms te kort om het fotografisch vast te leggen. De imposante staartvin steekt af tegen de horizon, vóór ze stilletjes in de diepte verdwijnt. Elke staartvin is even uniek als een vingerafdruk. Kort daarop volgt de tweede. Ook hij tilt de staartvin op. Ook hij verdwijnt. Eventjes zegt niemand iets.

Dan horen we het eerste zachte „Wow“. Niet luid. Eerder als een gedachte, die per ongeluk naar buiten wordt gebracht.

We varen verder. Grindwalvissen vergezellen ons op onze weg.

Daarna weer een sprint. Deze keer achter aan de boot. Een derde potvis laat zich zien. Hij ademt rustig en afgemeten, net als de twee vóór hem. We observeren hem. Zijn huid. Zijn sereniteit. Zijn volkomen onverschilligheid tegenover onze aanwezigheid. En terwijl we hem gadeslaan, lijkt de tijd een beetje te vertragen. Alsof de wereld even op zijn ritme ademt. Dan heft ook hij de staartvin op. En verdwijnt in de diepte.

We maken ons langzaam klaar voor de terugtocht. De ramen worden omhoog gedaan, zodat er geen buiswater in de boot komt. We varen al zo'n tien minuten weer naar de haven. Mensen leunen achterover. Sommigen sluiten de ogen. De zee lijkt weer kalm. Plots versnelt de boot nogmaals.

„Op twaalf uur!" horen we Katharina Heyer roepen.

En voordat iemand kan reageren, breekt in de verte een vinvis door het wateroppervlak - niet alleen met de rug, maar met zijn hele lichaam. Een dier van tot 22 meter lang en tot 80 ton zwaar duwt even op het water en valt er weer in.

WOOOOOOOW …

Waarom vinvissen af en toe springen, is niet meteen duidelijk. Mogelijk dient het tijdens de paartijd als communicatiemiddel. Misschien proberen de dieren op deze manier ook parasieten van hun huid te verwijderen. Of het was gewoon de kracht van een reusachtig lichaam dat op een golf duwde. We zullen het nooit zeker weten.

Pas dan merken velen dat hun camera's nog uit staan. Geen foto. Geen video. Alleen een herinnering.

We varen verder. En vervolgens - links van ons, op enige afstand - doemt een donkere rug op. Een lange, rustige ademhaling. De typische V-vormige blaaswolk stijgt op in de lucht. Een vinvis.

Net als potvissen laten ook vinvissen zich zelden volledig zien. Meestal zien we alleen maar een lange, donkere rug, die door het wateroppervlak glijdt. Meer een teken dan een verschijning. Een korte blik op een dier, dat het grootste deel van de tijd op weg is in een wereld, die voor ons verborgen blijft. Maar vinvissen verraden soms waar ze de volgende keer boven water zullen komen. Hun kleuring is uniek. Terwijl de linkerkant van hun onderkaak donker blijft, is de rechterkant opvallend wit. Als de dieren net onder het wateroppervlak zwemmen en zich lichtjes opzij draaien, schittert dit heldere vlak door het water. Eventjes verandert het diepe blauw in een zilverwitte glans.

Plots zijn alle blikken gericht op die heldere vlek onder het wateroppervlak. We volgen hem, observeren zijn beweging en proberen in te schatten waar de walvis de volgende keer zal opduiken. Een paar seconden lang verdwijnt het dier volledig uit ons gezichtsveld. Alleen het heldere spoor onder water blijft over. Dan breekt hij weer door het wateroppervlak. En vlak naast hem verschijnt een tweede vinvis. De op één na grootste dieren, die ooit op onze planeet hebben geleefd - groter dan elke bekende dinosaurus. Ze zwemmen samen en verdwijnen weer onder het oppervlak, alsof ze er nooit zijn geweest. Opnieuw blijven lachende gezichten over. Mensen die pas langzaam beseffen wat ze hebben meegemaakt.

We zetten onze koers richting de haven voort. Deze keer echt. De tour is bijna voorbij.

En nog eens - helemaal aan het einde, als we de haven naderen - laat een andere vinvis zich zien. Opnieuw die V-vormige blaaswolk, die hoog de lucht in stijgt.

Terwijl we uiteindelijk terugkeren naar de haven, vraag ik me af welk verhaal elke individuele persoon vandaag heeft beleefd. We zaten allemaal op dezelfde boot. We hebben dezelfde dieren gezien. Dezelfde wind gevoeld. En toch neemt waarschijnlijk iedereen iets anders mee naar huis. Wij zijn in ieder geval dankbaar. Voor de zee. Voor de dieren. En voor een dag die ons weer eens heeft laten zien hoe gul de natuur kan zijn.

Nu zijn we benieuwd wat we morgen mogen beleven.

Ga terug