Marien biologische excursie in Tarifa

door Sonja Van Den Bossche

Tekst: Gina Birrer; Foto's: Gina en Dr. Jürgen Holm

In de voorzomer van 2018 vertrok een groep studenten van de Universiteit van Bazel naar Tarifa, om marien biologische eigenaardigheden aan de kust en in de Straat van Gibraltar te leren kennen. De jaarlijkse excursie werd alweer met spanning en voorvreugde afgewacht. De reis door Spanje gaf al diverse indrukken over de klimaatfeiten. Het weer aan de oostkust van Spanje beloofde een zomergevoel met drukkende hitte. Het temperatuurverschil in vergelijking met Tarifa zelf was indrukwekkend. De Atlantische Oceaan liet zich daar voelen, want de lucht werd bewogen door de thermiek en was aangenaam fris. Zoals al werd meegedeeld vóór de excursie, is Tarifa, deze meest zuidelijke stad van continentaal Europa, zeer interessant, onder andere door haar klimatologische en geografische omstandigheden. De Straat van Gibraltar vormt de toevloeiing en afvloeiing van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan. De daarmee gepaarde gaande stromingen tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee leiden tot complexe, boeiende en interessante bijzonderheden. Tijdens de mariene biologische excursie werden de flora en fauna in de Straat nader gethematiseerd. Het ochtendprogramma van de eerste dagen bestond uit presentaties van de excursiedeelnemers over planktondistributie en oceaanverzuring, onderwaterlawaai, traditionele tonijnvangst, walvisobservatie en andere onderwerpen, evenals lezingen door mevrouw prof. dr. Holm over het interstitieel zandsysteem en de voorkomende vissoorten. Op de derde dag vertelde ook Katharina Heyer over haar stichting firmm en documenteerde alles met foto’s en video’s.

Verkenning van de litorale zone

Eigenlijk zouden ook praktische leerinhouden op de voorgrond moeten staan. Wegens de op de aankomstdag opkomende levante, de in Tarifa bekende oostenwind, waren tochten naar zee op de eerste vijf cursusdagen niet mogelijk. Deze omstandigheden zinden natuurlijk de kitesurfers, terwijl wij ons op weg begaven na de ochtendlezingen van de dag, om de litorale zone te verkennen. Mariene biologie kan ook worden bestudeerd in de kustzone van de zee, omdat de wisselende omstandigheden door de topografie en de getijden zorgen voor een grote zoölogische verscheidenheid. Het kwalitatieve onderzoek van de getijdenzone was tamelijk vrij georganiseerd en de studenten konden hun nieuwsgierigheid en ontdekkingslust volgen. Daarbij werden interessante waarnemingen en vangsten gedaan, zoals bijvoorbeeld een naaktslak, zeekomkommers, veel krabben en schelpen.

Zeenaaktslak (Nudibranchia)ZeekomkommerPaardenanemoon (zeeanemoon met ingetrokken tentakels)

De veldverrekijker hielp ook kleine levende organismen of merkwaardigheden van de grotere fauna te visualiseren. De kwantitatieve studie daarentegen, dus de verzameling van gegevens in de litorale zone volgens een schema, was avontuurlijker, omdat we niet konden ontsnappen aan de vloed. Het doel was de organismen in de gegeven zonering van de kustzone registreren en tellen. Hiervoor werden de specifieke levende wezens in de afzonderlijke kwadranten geteld en zo werd een diagram over het voorkomen van de levende schepsels en de milieuomstandigheden gemaakt. De onderzochte getijdenzone lag aan de mediterrane kant van de Straat, zoals de volgende afbeelding laat zien.

VeldverrekijkerZicht op MarokkoZicht op Tarifa

Planktonstalen en vismarkt

Dankzij de wind, hielden we ons dus de eerste dagen alleen langs de Straat van Gibraltar bezig, maar nog niet met de levende organismen in de open zee. Na een paar dagen wachtten de studenten al haast ongeduldig op de onderzoekingen en ervaringen tijdens de tochten met firmm. Planktonstalen konden eerst ook alleen in de haven worden genomen en daarna worden onderzocht in de mooie appartementen nabij het stadscentrum, die dienden als onderkomen. De onvoorstelbare diversiteit onder de microscoop met eigen ogen zien, was zeer fascinerend. Honderden verschillende structuren en levende wezens waren te onderscheiden. Naast de planktonstalen werden ook monsters van het interstitieel zandsysteem bekeken en schelpen en foraminifera gedetermineerd en getekend. Ook daar is er een enorme variëteit, die je je niet meteen kunt voorstellen. De determinatieboeken hielpen ons uit de genera en soorten wijs te worden. De schetsmatige voorstelling van de gevonden levende schepsels hielp ons om ons op belangrijke karakteristieken te concentreren. Bovendien waren bezoeken aan de vismarkt aangekondigd. Daar konden de verschillende vissoorten worden bepaald – zowel in het Spaans als in het Duits en Engels. De vissers waren zeer behulpzaam en vertelden graag over hun vangsten.

PlanktonSchets van planktonVismarkt

Walvisobservatie met firmm

Op de 6de dag was het dan eindelijk zover. De levante zwakte af en tochten naar de Straat van Gibraltar konden worden ondernomen. Aanstonds waren er verscheidene per dag gepland. De weinige uren waren overweldigend. Hoewel de eerste 45 minuten van de eerste trip met hopen en wachten waren gepaard, werden we daarvoor de rest van de tijd beloond. Tijdens alle tours werden griendenscholen gespot – deels ook met jonge walvissen, en potvissen en hun imposante staartvinnen, die tijdens het duiken uit het water oprezen! In totaal hadden we drie ontmoetingen met potvissen! De eerste keer was er ca. 30 m afstand tussen de boot en de walvis en de tweede maal amper 15 m-20 m! De derde keer was op een afstand van 50 m. De kans om een potvis te zien onderduiken, is ongeveer 1:50 – we konden ons dus echt gelukkig achten. Deze dieren worden vooral door hun blaaswolk opgemerkt. Dit herkenningsteken van de potvissen is ook op grote afstand te zien. De blaaswolk van elke grote walvissoort is heel onderscheidend qua vorm, grootte en stand. De vinvis en de potvis kunnen op grotere afstanden onder andere aan hun vorm en de grootte van de hoek tussen hun blaaswolk en het wateroppervlak worden herkend.

Verder zijn we op de tochten ook dolfijnen tegengekomen, en wel grote tuimelaars. Gewone of gestreepte dolfijnen of andere soorten hebben we niet aangetroffen. De grote tuimelaars waren ongelooflijk speels en hebben heel dicht bij de boot op de boeggolven gesurft (‘bowriding’). Daarnaast hebben we ook gedrag als ‘rolling’ (het lichaam laten rollen), ‘bellyup’ (drijven; als een plank op het water liggen), ‘breaching’ (springen zonder de staartvin uit het water te halen), ‘spyhopping’ (het hoofd uit het water tillen om de omgeving te bekijken), ‘fluking’ (met de „hand” stoppen) en ‘chasing’ (achtervolgen) waargenomen.

De vele trips naar de Straat worden door het firmm-team altijd gedocumenteerd met observatienotulen. Daarbij worden niet alleen datum en tijd genoteerd, maar ook de omstandigheden, zoals getij, wind, zichtbaarheid en wolken, evenals het gedrag van de dieren en de afstand tot de waarnemer. Dit is erg waardevol voor het onderzoek naar dieren in de Straat, omdat daarmee ook hun voorkomen, verspreiding en routes kunnen worden nagegaan. De Straat van Gibraltar is druk bevaren. Daarom zijn er altijd weer problemen en botsingsgevaar tussen vrachtschepen en walvissen en andere dieren. Met de verzamelde gegevens kunnen bijv. wijzigingen in de verkeerswegen van de vrachtboten worden aangebracht of belemmerd, als er een hoog risico op aanvaringen met dieren bestaat.

PotvisSchool grindwalvissenVoorkomende walvissenGrote tuimelaarsMaanvis

We zagen ook niet-zoogdieren tijdens de tochten. Vooral veel maanvissen („mola mola”). Dit was volgens Katharina Heyer te wijten aan het feit dat er vóór onze trips nog levante heerste en de maanvissen vooral op het einde en na de levante dicht bij de oppervlakte zwemmen. Dit zijn ook zeer intrigerende dieren. De waargenomen exemplaren waren vrij jong, want ze waren niet erg groot. Mola mola’s groeien hun hele leven. D.w.z. hoe ouder de dieren, hoe groter. Ook tonijnen werden soms gespot. De spitse vinnen en glimmende lichamen zijn zeer ontzagwekkend.

Deze waarnemingen van walvissen en vissen hebben iedereen ook emotioneel erg aangegrepen. Zulke dieren zo te kunnen ontmoeten, is onbeschrijflijk mooi. Hartelijk dank aan firmm en mevrouw prof. dr. Holm.

Ga terug