Eendenmosselen - als verstekelingen door de zee

door Sonja Van Den Bossche

Tekst & illustratie: Heike Pahlow, Foto's: Mario Müller

Terwijl we ons tijdens de walvisobservatie over een ‘funky’ grindwalvis verwonderden, trok een veel kleiner, niet minder interessant wezen onze aandacht naar zich toe, toen we naar de foto’s keken.

Al 20 jaar zorgen we nu voor de website van de stichting firmm en om de paar jaar worden we aangetrokken tot de zuidpunt van Spanje, om de walvissen en dolfijnen van de Straat van Gibraltar live te zien. Meteen op onze eerste tocht werden we verwend met waarnemingen van dolfijnen, een potvis en een groep grienden.

Eén grindwalvis viel daarbij bijzonder op: hoe wild sloeg hij telkens weer met de staartvin op het water, bijna tot uitputting toe. De gasten aan boord begonnen terstond wild te speculeren – observeren we hier een paringsritueel? Wil hij spelen? Voelt hij zich helemaal gestoord door onze boot? Zelfs de firmm-bemanning, die deze dieren al jaren onderzoekt, kon dit gedrag niet echt verklaren. We hadden de groep grienden nauwelijks lastig moeten vallen. Daar firmm respectvol walvissen observeert en onze boot reeds stopte, toen de dieren nog ver weg waren, hadden de grindwalvissen onze aanwezigheid heel gemakkelijk kunnen vermijden. En toch kwamen ze direct naar ons toe gezwommen en de kleine „spetteraar” middenin. Bovendien is tailslappen helemaal geen typisch gedrag voor grienden, zoals Katharina Heyer, de voorzitster van de stichting firmm, ons vertelde.

Wat is er dan op de staartvin?

Kijkend naar de beelden viel het ons later op dat er aan de staartvin van deze grindwalvis iets bengelde. Zou dat de reden voor zijn merkwaardig gedrag kunnen zijn geweest? firmm’s zeebioloog, Jörn Selling, identificeerde deze aanhangsels dadelijk als eendenmosselen.

Mosselen op zeezoogdieren? Daarover wilden we meer weten…

Wat zijn eendenmosselen?

Tot onze verwondering zijn eendenmosselen helemaal niet verwant aan mosselen; het gaat veeleer om rankpootkreeften. De larven drijven eerst rond in het water en hechten zich later vast aan rotsen of drijfhout, soms ook aan zeezoogdieren.

In het volwassen stadium ontwikkelt het voorste deel van de kop zich bij eendenmosselen tot een min of meer lange stengel. Aan het vrije uiteinde ervan bevindt zich bij de meeste soorten een tweekleppige schelp (de carapax), die op een mosselschelp lijkt en de belangrijke delen van het lichaam omhult: mond, darm, anus, zenuwstelsel, geslachtsdelen en ledematen… Een hart hebben eendenmosselen niet.

Maar waarom ledematen? Als eendenmosselen zich eenmaal hebben vastgezet, kunnen ze zichzelf toch helemaal niet meer voortbewegen!? Dat doen ze ook niet; met de rankvormige voeten (de cirri) vissen de dieren plankton uit het water.

Er zijn verschillende soorten eendenmosselen

Zoals bij het woord walvissen gaat het bij de benaming eendenmosselen om een generieke term, waaronder veel verschillende soorten zijn samengevat. Ze kunnen er heel anders uitzien en hebben zich aangepast aan verschillende levenswijzen.

Illustration mit verschiedenen Entenmuschelarten

Pollicipes pollicipes: komt vooral voor op rotsen met sterke branding
Lepas anatifera: is dikwijls op drijfhout te vinden, soms ook op zeezoogdieren
Xenobalanus globicipitis: hecht zich vast aan de vinnen van walvissen en dolfijnen

De soort Xenobalanus globicipitis, die aan onze grindwalvis hangt, heeft geen carapax en doet veeleer denken aan een bloedzuiger; alleen de rankpoten tonen de verwantschap aan. Deze eendenmosselen haken zich gewoonlijk vast aan de vinnen van walvissen; ze leven echter niet parasitair, maar voeden zich met voorbijdrijvend plankton. Niettemin kunnen de dieren de walvis hinderen en een sterke aantasting door eendenmosselen kan zelfs wijzen op een verzwakt immuunsysteem van de gastheer. Het voorkomen van eendenmosselen wordt ook behandeld in firmm’s rapport over huidafwijkingen bij zeezoogdieren.

Waar komt de naam „eendenmosselen” eigenlijk vandaan in het Duits en Engels?

Zeichnung einer Weißwangengans
Brandgans

Het zijn waarschijnlijk de soorten Lepas anatifera en Lepas anserifera, waaraan deze orde haar naam dankt. Anatifera betekent zoveel als „eenden voortbrengend”, anserifera dienovereenkomstig „ganzen voortbrengend”.

Meer konden we over de Duitse oorsprong niet te weten komen. Voor de Engelse naamgeving moet echter de brandgans verantwoordelijk zijn geweest. Men had ze in Midden-Europa nooit nakomelingen zien voortbrengen, omdat ze hier alleen overwintert en haar broedplaats in arctische gebieden heeft. Nu wist men in de middeleeuwen nog niets over de vogeltrek, maar men dacht er wel over na… En op een gegeven moment kwam men tot de conclusie dat de vogels uit de carapax van de rankpootkreeften zouden komen. Zo kregen beide dieren dan ook heel gelijkaardige namen: de brandgans wordt in het Engels ‘barnacle goose’ genoemd en ‘goose barnacle’ (af en toe ook ‘gooseneck barnacle’) is de Engelse naam voor „eendenmosselen”. Daartoe behoort overigens ook Conchoderma auritum, die op andere rankpoten, zoals Coronula diadema, groeit (de laatste twee afbeeldingen bij de bultrug).

De etymologie van het woord „eendenmossel" in het Nederlands: „Eendenmossel, v. + Hgd. enten-muschel; vergel Fr. tongue anatifere: in Noordsche landen geloofde men, dat er wilde eenden uit voortkwamen." (Bron: BEKNOPT ETYMOLOGISCH WOORDENBOEK DER NEDERLANDSCHE TAAL - VERCOULLIE (1898))

Wenst u een portie eendenmosselen?

Wat we ons helemaal niet konden voorstellen na alle informatie en foto’s : eendenmosselen kan je ook eten! De soort Polliceps polliceps wordt in Spanje en Portugal onder de naam percebes aangeboden als een dure delicatesse. Ze is op rotsachtige kusten in de getijdenzones te vinden en hoe harder de zee tegen de rotsen slaat, hoe dikker en vleziger de percebes zijn – een kwaliteitskenmerk. De oogst is daarom niet ongevaarlijk en de prijs per kilo ligt, afhankelijk van de kwaliteit en de vraag, tussen 15 en 300 euro.

Of het optreden van onze spetteraar echt iets met de eendenmosselen te maken had of dat er toch geen andere reden was, kunnen we niet met zekerheid zeggen. Maar zonder hem zouden we wellicht nooit iets over deze zeldzame dieren hebben geleerd. En plots konden we op foto’s van onze trips met firmm nog meer dolfijnen met deze verstekelingen waarnemen. Een detail dat ons vroeger nooit zou zijn opgevallen.

Ga terug