Seizoen 2020 beëindigd

De zomervakantie is voorbij en de straten van Tarifa zijn al sinds begin september leeggeveegd. Ook wij hebben daarom de activiteiten voor dit jaar stopgezet.

Ondanks het korte seizoen hadden we veel bijzondere waarnemingen. We hopen dat de situatie tegen het volgende seizoen normaliseert en kunnen nauwelijks wachten om vanaf 26 maart 2021 weer met u naar de walvissen uit te varen.

Tot binnenkort in Tarifa, Katharina Heyer en het firmm-team

Van landdier tot walvis

Wist je eigenlijk dat walvissen zelfs niet altijd waterdieren waren? 50 miljoen jaar geleden leefden de voorouders van de walvissen nog op het land.

Vom Landtier zum Wal

Links op de afbeelding ziet u hoe walvissen er 50 miljoen jaar geleden uitgezien hebben. Het was een lange weg van de oerwalvis die op het land leefde tot de huidige walvis. De dieren moesten zich langzamerhand aanpassen aan het leven in het water. Kun je zeggen wat er is veranderd? Wat gebeurde er met de poten, de staart, de vacht, de oren en de neus? Hoe is de lichaamsvorm veranderd? In de volgende video vind je het antwoord.

Aanpassingen aan het leven in het water

Evolutie

Natuurlijk verliepen de wijzigingen helemaal niet zo snel en na elkander als in de uitlegvideo. Het was een lang proces dat meer dan 10 miljoen duurde.

Aan de oerwalvissen kan je duidelijk zien hoe het uiterlijk en gedrag van de dieren geleidelijk veranderde.

Entwicklung der Urwale

De pakicetiden (1) waren nog landbewoners en hun uiterlijk deed een beetje denken aan een wolf. Hun prooi vonden ze in ondiep water. Bij de ambulocetiden (2) zijn staart en poten al krachtiger, waardoor de oerwalvis zich beter in het water kon voortbewegen.

Nog beter aan het leven in het water aangepast waren de remingtonocetiden (3). Zij hadden lange snuiten en jaagden vermoedelijk al actief op vis, vergelijkbaar met de huidige otters. De protocetiden (4) waren heel goede zwemmers en hadden een kortere hals, die beter geschikt was om te duiken. Op de staart hadden zich spieren gevormd.

Nu lijken de oerwalvissen al op de walvissen en dolfijnen van nu. De basilosauriden (5) hadden nog slechts kleine achterste ledematen. De neusgaten waren bij hen al verder naar achteren gaan zitten, maar voor de ademhaling staken ze waarschijnlijk nog de kop uit. Het lange, slanke lichaam was zeer geschikt om te jagen in ondiepe baaien. De dorudontiden (6) leefden op hetzelfde tijdstip als de basilosauriden. Ze hadden eveneens korte achterpoten, maar waren opmerkelijk kleiner. Uit de dorudontiden zijn vermoedelijk de huidige walvissen en dolfijnen ontstaan. Bij de dorudontiden gaat het alleen maar om een subfamilie. Lange tijd werden ze tot de familie van de basilosauriden gerekend; dit wordt momenteel echter in twijfel getrokken.