Gevaren voor zeezoogdieren

Gevaren voor walvissen en dolfijnen in onze moderne samenleving

Naast de walvisvangst worden zeezoogdieren geconfronteerd met een reeks andere, door de mensheid voortgebrachte gevaren. Veel dieren worden gedood, verwond of verstoord hetzij door scheepsverkeer, chemische vervuiling of lawaaioverlast, verstrikking in visnetten, enz.

(1) Zeeafval
In het voorjaar van 2013 strandde een potvis op een strand in Andalusië. Hij had 59 verschillende plastic onderdelen, 17 kg in totaal, ingeslikt. Een groot deel daarvan waren dikke, plastic dekzeilen zoals ze worden gebruikt in het zuiden van Spanje voor broeikassen voor de teelt van groenten voor de Europese markt. Bovendien blokkeerden een negen meter lang touw, twee kleine bloempotten en veel plastic zakken zijn spijsverteringskanaal, zodat hij daaraan stierf. Helaas sterven honderden walvissen en dolfijnen of ze raken gewond, veroorzaakt door de miljoenen tonnen plastic afval dat we in de zee dumpen. 80 % van het zeeafval bestaat uit plastic.
Door zeestromingen ontstaan zones, waarin plastic zich ophoopt. Ze worden ‘garbage patches’ (plastic soep) genoemd. Inmiddels zijn er zes. Grotendeels bestaan ze uit microplastics, die zo gevaarlijk zijn, omdat ze in de voedselketen belanden. In deze gebieden is er tot 6 maal meer plastic dan plankton.

2) Vissen
Volgens een WWF-rapport van 2013 sterven ongeveer 300.000 dieren per jaar door bijvangst en verstrikking in visvangstgerei. Veel walvissen raken vast in de netten, trekken de koorden mee en zijn hierdoor beperkt in hun bewegingsvrijheid en hun eetgedrag. Verloren gegane of opzettelijk achtergelaten drijfnetten, die nog als een verticale muur van honderden meters door onze oceanen drijven, stoppen niet met de dieren te kwetsen en te vangen. Ze worden „spooknetten” genoemd.

(3) Chemische vervuiling en zware metaalvervuiling
Chemicaliën en zware metalen zijn een groot gevaar, omdat ze zich ophopen in de blubber (de vetlaag) van de dieren en hen zo verzwakken, wat kan leiden tot verschillende ziekten zoals longontsteking, hepatitis of bloedvergiftiging. In de Middellandse Zee is een geval bekend, waarin zeven potvissen, waarschijnlijk door militaire sonar, naar ondiep water werden gedreven. Daar vonden ze geen inktvissen en dus begonnen de honger lijdende dieren het vet af te breken, wat de opgehoopte zware metalen vrijgemaakt heeft en uiteindelijk leidde tot de vergiftiging van de dieren.

(4) Ongevallen met schepen
Ongevallen met schepen staan helemaal boven aan de lijst van de gevaren. In enkele regio’s in de wereld komen ze zo vaak voor, dat ze het overleven van bedreigde soorten in gevaar brengen. Sommige dieren sterven ogenblikkelijk (een studie daarover toonde aan dat van 292 aanvaringen met grote schepen er 68 % dodelijk afliepen), sommige raken levensbedreigend gewond. Sommige soorten zijn meer bedreigd dan andere, omdat ze hen naderende schepen niet lijken te zien en ze dus niet ontwijken; zeer bedreigd zijn onder andere de vinvis en de potvis.

(5) Klimaatverandering
Klimaatverandering verloopt zo snel dat sommige populaties zich niet tijdig kunnen aanpassen. Temperatuurveranderingen, de watertoename door ijssmelting en meer regenwater, het verlies van polaire habitats en de verandering in de beschikbaarheid van de prooi zijn slechts enkele gevolgen van de verandering.

(6) Verzuring van de zee
De laatste 300 miljoen jaar was de oceaan licht basisch, met een pH van 8,2. Tegenwoordig ligt de waarde rond ongeveer 8,1, wat een direct effect op het plankton heeft. Studies tonen aan dat de afname van de hoeveelheid plankton rond ongeveer 40 % ligt. Zeezoogdieren zijn in dit opzicht dus niet direct getroffen, maar indirect door een verandering in het voedselweb.

(7) Habitatverlies
Inkrimping van het leefgebied ontstaat door vervuiling, bouw, vuilnisstortplaatsen, havens, aquacultuur, scheepsverkeer, lawaai, enz.

(8) Door mensen veroorzaakt lawaai
Zeezoogdieren zijn sterk afhankelijk van hun gehoor. Walvissen gebruiken klanken voor verschillende doeleinden: voor communicatie, navigatie, voor contactname met soortgenoten of om een partner en voedsel te zoeken. Het lawaai in onze oceanen maakt het leven moeilijk voor hen. Blauwe vinvissen kunnen nu slechts 160 km ver horen, in 1940 was het 1.600 km. Sommige geluiden, zoals bijv. explosies zijn zo luid dat bij veel walvissen de oorstructuur wordt beschadigd.

WAT KAN IK DOEN OM TE HELPEN?

• Reduceren – zoveel mogelijk afval – vooral plastic afval voorkomen
• Hergebruiken – plastic zakken of verpakkingen opnieuw gebruiken
• Recycleren – afval in voorziene containers verwijderen
• Deelnemen aan strandschoonmaakacties
• Alleen duurzaam gevangen vis kopen
• Respectvol met de natuur en alle levende wezens omgaan
• Met familie / vrienden praten en de kennis doorgeven
• Licht en energie besparen
• Geen afval in het toilet gooien
• Uit glazen flessen drinken
• Het gebruik van rietjes vermijden
• Lucifers en aanstekers gebruiken of aanstekers bijvullen
• Je eigen boodschappentassen meebrengen naar de supermarkt